Turnsysteem KNGU

Turnen is ingedeeld in verschillende leeftijdscategorie√ęn en niveau's. Dit systeem kan erg verwarrend zijn. Lees hier meer lezen over het turnsysteem.

 

Seizoenen

Je hebt twee verschillende seizoenen:

  • Turnseizoen bij verenigingen en stichting
  • Wedstrijdseizoen van de KNGU

Het turnseizoen van de stichting loopt gelijk aan een schooljaar. Deze begint na de zomervakantie en gaat door tot de zomervakantie. Wij spreken dus van seizoen 2017-2018.

Het wedstrijdseizoen van de KNGU begint in januari en eindigt in december. Zij spreken dus van seizoen 2018.

 

Wat maakt dat uit?

Turnsters kunnen zich in het begin van het turnseizoen en dus einde van het wedstrijdseizoen (september-december) plaatsen voor de landelijke wedstrijden. Aangezien de landelijke wedstrijden vaak pas in februari of daarna beginnen zijn er ook nog wel eens plaatsingswedstrijden in januari of februari. Deze landelijke wedstrijden duren tot ongeveer juni/juli en dan is de landelijke finale.

Soms wordt er ook nog wel eens een wedstrijd georganiseerd in oktober of november (clubteam wedstrijden). Dan is het nieuwe turnseizoen voor de stichting alweer begonnen, maar is het nog het oude wedstrijdseizoen van de KNGU. Turnsters mogen dan kiezen of ze uitkomen in hun leeftijdscategorie van voor de zomer of hun nieuwe leeftijdscategorie. Dan kan het dus zo zijn dat ze tegen oudere meisjes moeten turnen.

Wij spreken hier verder over de seizoenen die de stichting aanhoudt. Dus van september tot en met juli.

Nationaal en regionaal turnen

De KNGU maakt onderscheid tussen nationaal en regionaal niveau. Regionaal niveau wordt binnen een district beoefend. Er zijn in Nederland 5 verschillende districten:

  • District Noord
  • District Mid-west
  • District Oost
  • District Zuid-Holland
  • District Zuid

Wij zitten in district oost. District oost is weer onderverdeeld in 3 groepen:

  • Overijssel
  • Gelderland Midden
  • Gelderland Oost & Gelderse Vallei

Wij zitten in de Gelderse Vallei. Deze is op zijn beurt weer ingedeeld in kleinere regio’s, maar deze zijn voor onze stichting niet van belang.

 

Het nationale niveau heeft de mogelijkheid om tegen turnsters uit andere districten te turnen. Regionaal niveau zal niet tegen turnsters uit een ander district turnen,zij blijven dus binnen District Oost. De KNGU duidt dit onderscheid aan in de verplichte (voorgeschreven) oefenstof. Je hebt het N-niveau (nationaal) en het D-niveau (district).

Bij de keuze oefenstof spreken ze van divisies. Je hebt de ere-divisie. Zij kunnen ook internationale wedstrijden turnen. Daarna volgt de 1e, 2e en 3e divisie. Zij turnen op nationaal (landelijk) niveau. En dan heb je de 4e, 5e en 6e divisie. Zij turnen op regionaal niveau (binnen het district).

Leeftijdscategorie

Turnsters hebben een bepaalde leeftijdscategorie binnen het turnen. Deze leeftijdscategorie wordt bepaald door het geboortejaar van de turnster. Een turnster die 01-01-2005 is geboren heeft dus de zelfde leeftijdscategorie als een turnster die 31-12-2005 is geboren.

In seizoen 2017-2018 ziet het schema er dan als volgt uit:

Geboortejaar Leeftijdscategorie
2009 Instap
2008 Pupil 1
2007 Pupil 2
2006 Jeugd 1
2005 Jeugd 2
2004-2003 Junior
2002 en ouder Senior

 

Volgend seizoen (2018-2019) zijn turnsters met geboortejaar 2010 instap, 2008 pupil 1, etc.

Niveau’s

Wij werken volgens het turnsysteem van de KNGU. Zij maken onderscheidt in verplichte (voorgeschreven) oefenstof en keuze oefenstof. Turnsters in de leeftijdscategorie instap, pupil 1, pupil 2 en jeugd 1 turnen in de verplichte voorgeschreven oefenstof. Op de wedstrijden turnen zij allemaal (ongeveer) de zelfde oefeningen als hun leeftijdsgenootjes.

Turnsters van leeftijdscategorie jeugd 2, junior of senior turnen in de keuze oefenstof. Zij mogen hun eigen oefeningen samenstellen volgens bepaalde richtlijnen en eisen. Deze richtlijnen en eisen noemen wij supplementen en hebben een letter. A, B, C tot en met H.

Gymnastics Center Arnhem heeft turnsters in het landelijk en regionaal niveau.

    Landelijk Regionaal
  Ere-divisie 1e divisie 2e divisie 3e divisie 4e divisie 5e divisie 6e divisie
Instap N1 N2 D1 D2 D3
Pupil 1 N1 N2 N3 D1 D2 D3
Pupil 2 N1 N2 N3 D1 D2 D3
Jeugd 1 N1 N2 N3 N4 D1 D2 D3
Jeugd 2 FIG C D E F G H
Junior FIG B C D E F G
Senior FIG A B C D E F

Een turnster turnt alleen tegen een turnster met de zelfde leeftijdscategorie en het zelfde niveau. Een turnster die Instap N2 is, hoeft bijvoorbeeld nooit tegen een turnster die Pupil 2 N2 is. Deze oefenstof is anders.

Het zelfde geldt voor de keuze oefenstof. Een Jeugd 2 turnster die volgens supplement C turnt, turnt niet tegen een senior turnster die ook volgens supplement C turnt. Het betekent bij de keuze oefenstof alleen dat ze dezelfde eisen en richtlijnen hebben voor het samenstellen van hun oefening.

Wedstrijden

Plaatsingswedstrijden

De landelijke wedstrijden beginnen meestal rond februari-maart. Om je voor de landelijke wedstrijden te plaatsen, moeten de turnsters deelnemen aan plaatsingswedstrijden in het district. Per divisie is dit anders geregeld:

  • De 1e divisie moet deelnemen aan 1 plaatsingswedstrijd, mag ook deelnemen aan 2 plaatsingswedstrijden (de beste telt)
  • De 2e divisie moet deelnemen aan 2 plaatsingswedstrijden (indien 1 wedstrijd geblesseerd, dan persoonlijk op de wedstrijd afmelden). Ook bij hen telt de beste wedstrijd.
  • De 3e divisie moet deelnemen aan 2 plaatsingswedstrijden, mag ook deelnemen aan 3 plaatsingswedstrijden (de beste 2 tellen).

Hieronder ziet u een voorbeeld van hoe dit werkt. Eerst een voorbeeld voor de 2e divisie:

1e plaatsingswedstrijd 2e plaatsingswedstrijd Beste Totaal
Naam turnsters Plaats Naam turnster Plaats Plaats Plaats
A 1 A 99 1 1
D 4 D 1 1 2
B 2 B 2 2 3
C 3 C 4 3 4
E 5 E 3 3 5
F 6 F 5 5 6

Indien er niet wordt deelgenomen aan een wedstrijd, maar wel ter plekke wordt afgemeld dan telt de beste wedstrijd. Bij turnster A is dat dus de 1e wedstrijd. Als zij zich niet officieel deze dag persoonlijk afmeld, mag ze niet meedoen met de landelijke wedstrijd.

Als de top 4 door zou gaan, dan zou er bij turnster C en E gekeken worden naar het totaal aantal punten dat is geturnd of de beste score. Dat verschilt nog wel eens.

 

Hieronder ziet u een voorbeeld voor de 3e divisie:

1e plaatsingswedstrijd 2e plaatsingswedstrijd 3e plaatsingswedstrijd Totaal Totaal
Naam turnsters Plaats Naam turnster Plaats Naam turnster Plaats Beste 2 Plaats
D 4 D 1 D 1 2 1
A 1 A 99 A 2 3 2
B 2 B 2 B 4 4 3
C 3 C 4 C 3 6 4
E 5 E 3 E 6 8 5
F 6 F 5 F 5 10 6

Bij de 3e divisie wordt er gekeken naar het totaal aantal punten dat geturnd is als er een dubbele plaats is. In dit geval is dat er niet en is het duidelijk welke turnsters door gaan.

Districtfinale

Bij de 1e en 2e divisie is de 2e plaatsingswedstrijd tevens de districtfinale. Daar zijn alle turnsters uit district oost aanwezig en aangezien het de laatste kans is om je te plaatsen voor de landelijke wedstrijden, wordt dit als districtfinale beschouwd.

Bij de 3e divisie wordt de districtsfinale over 2 dagen verdeeld. Bij de plaatsingswedstrijden turnen zij alleen tegen turnsters uit Gelderland Oost & Gelderse Vallei. Bij de districtsfinale worden de turnsters van de 3 regio’s over 2 wedstrijden verdeeld en turnen ze dus tegen 50% van de turnsters uit Overijssel, Gelderland Midden en Gelderland Oost & Gelderse Vallei.

Landelijke wedstrijden

Er gaat maar een beperkt aantal turnsters door naar de landelijke wedstrijden. Uiteindelijk moeten er rond de 36 turnsters in de landelijke finale zijn. Elke wedstrijd valt er een X % af. De landelijke commissie geeft elk jaar een bepaald percentage door dat door mag naar de landelijke wedstrijd.

 

Als er bij de 3e divisie senioren 18 turnsters door mogen, dan mogen er dus 9 turnsters per districtsfinale door (aangezien de turnsters over 2 wedstrijden worden verdeeld). Hoe hoger de divisie, des te meer kwalificaties zijn er voor de finale. Hieronder ziet u een overzicht:

  1e divisie 2e divisie 3e divisie
1/8e finale X    
1/4e finale X X  
1/2e finale * X X X
Finale X X X

Na de districtsfinale gaat de 3e divisie dus gelijk door naar de halve finale, terwijl een 1e divisie turnster eerst naar de 1/8e finale moet.

Bij de halve finale kunnen alle turnsters zich plaatsen voor twee verschillende finales. Een toestelfinale en de meerkamp finale. Een toestelfinale kan behaald worden door je te plaatsen bij de top X turnsters op ene bepaald toestel. Je kan je zelfs plaatsen voor meerdere toestelfinales. Als je in het totaal klassement bij de top X turnsters zit, dan kun je ook doorstromen naar de landelijke finale. Dit zijn de beste turnsters van Nederland.

Score’s

Een score wordt opgemaakt uit 2 verschillende dingen. De D-score en de E-score. De D staat voor difficulty (moeilijkheid) en de E staat voor execution (uitvoering).

D-score

De moeilijkheidswaarde wordt bepaald door de moeilijkheid van de oefening die geturnd wordt. Bij de verplichte (voorgeschreven) oefenstof is dat anders als bij de keuze oefenstof.

Verplichte (voorgeschreven) oefenstof

Elke leeftijdscategorie heeft een eigen ‘basis’ D-score. Instap heeft een basis D-score van 4,50, Pupil 1 4,60, Pupil 2 4,70 en Jeugd 1 een 4,80. In de verplichte voorgeschreven oefenstof heeft elke turnster keuzes wat ze in haar oefening turnt. Een min (makkelijker onderdeel) kost een turnster 0,30 in de D-score. Een basisonderdeel geeft niks meer of minder in de D-score en een plus geeft 0,30 punt extra in de D-score. Hieronder een voorbeeld:

Een instapper (Basis D-score = 4,50), turnt 1 min, 3 plussen en de rest turnt zij basis. Dan gaat er 0,30 vanaf en komt er 0,90 bij. Dan krijgt zij dus een D-score van een 5,10.

Keuze oefenstof

Bij de keuze oefenstof is de basis D-score een 0. Je hebt op elk toestel 5 verschillende eisen. Elke eis geeft 0,50 punt. Als je aan elke eis voldoet, dan geeft dat dus een D-score van 2,50.

Ook in de keuze oefenstof kun je makkelijke en moeilijkere onderdelen turnen. Elk onderdeel heeft een waarde:

  • A = 0,10
  • B = 0,20
  • C = 0,30
  • Etc.

Afhankelijk van het supplement, worden er maximaal 7 (supplement D tot G) of 8 (supplement A tot C) onderdelen geteld. De hoogste waardes tellen. Dus als je 13 onderdelen turnt, worden de beste 7 of 8 geteld.

Stel een turnster turnt 6 A onderdelen en 1 B onderdeel, dan komt er dus 0,80 (0,60 + 0,20) punt bij. 2,50 + 0,80 = 3,30. Dat zou dan haar D-score zijn.

Net als bij de verplichte oefenstof is er bij de keuze oefenstof een manier om bonuspunten te krijgen. Als je verbindingen turnt (twee onderdelen direct aan elkaar) kun je bonuspunten verdienen. Afhankelijk van het supplement moet je soms een A + A verbinding turnen voor een verbinding, maar bij supplement A krijg je soms pas een bonus als je een B + C verbinding turnt. Deze verbinding kan 0,10 per stuk zijn, of 0,20.

Stel de turnster krijgt een bonus voor een A + B verbinding van 0,10. Dan wordt haar D-score 3,40.

 

Hier kun je meer lezen over jureren en het berekenen van de D-score.

E-score

De uitvoering van de oefening wordt anders berekend. De maximale score voor de E-score is een 10. Er kan nooit hoger worden gescoord dan een 10 in de E. De jury schrijft de onderdelen en de aftrekken op papier en telt alle aftrekken bij elkaar op. Stel een jurylid heeft 2,40 punt aftrek voor een oefening opgeschreven, dan wordt de uiteindelijke E-score een 7,60.

 

Als je meer wilt weten over hoe ze aan deze aftrekken komen, dan kun je hier meer lezen over jureren.

Neutrale aftrek

Soms gebeurd het ook nog wel eens dat een turnster neutrale aftrekken krijgt. Dit zijn aftrekken die niet in de uitvoering afgetrokken mogen worden. Een turnster heeft bijvoorbeeld in de verplichte oefening een onderdeel helemaal weggelaten. Dan moet de jury 2,0 punt aftrekken van de totale score. Zit een turnster aan haar haren of broekje, dan krijgt ze 0,30 punt neutrale aftrek. Stap je buiten de vloer, dan krijg je 0,10 punt aftrek als het 1 voet of hand is. Stap je met beide voeten buiten de vloer of een voet en een hand, dan is dat 0,30 punt. En zo zijn er nog veel meer kleine regeltjes die neutrale aftrek kunnen geven.

 

Voor meer informatie kun je hier kijken hoe jureren werkt.

Totaal score

De totale score wordt berekend door de D-score + E-score – neutrale afrekken = totale score.

Stel een turnster in de voorgeschreven oefenstof had een D-score van een 5,10, een E-score van een 7,60 en 0,30 punt neutrale aftrek. Haar totale score zou dan zijn:

5,10 + 7,60 – 0,30 = 12,400

 

Meer weten over jureren? Kijk hier.